Bij veel mensen zit een belangrijk deel van hun vermogen vervat in levensverzekeringen, zoals pensioen- of beleggingsverzekeringen. Toch wordt vaak onderschat welke impact de aanduiding van de begunstigde heeft bij overlijden.
De keuze van de begunstigde van een spaar- en beleggingsverzekering bepaalt niet alleen wie het kapitaal ontvangt bij een overlijden van de verzekerde, maar ook hoe het vermogen wordt verdeeld. Dit heeft uiteindelijk een invloed op hoeveel erfbelasting er verschuldigd zal zijn. Een doordachte begunstigingsclausule kan dus een belangrijk verschil maken binnen je vermogens- en nalatenschapsplanning.
Hierna lichten we toe welke verschillende begunstigingsclausules er zijn en waar je best rekening mee houdt bij het aanduiden of aanpassen van een begunstigde.
Aanduiding van de begunstigde
Wanneer je een verzekeringspolis afsluit, heb je de mogelijkheid om een begunstigde bij overlijden aan te wijzen naar jouw persoonlijke voorkeur. Deze persoon zal het kapitaal van jouw levensverzekering ontvangen als je komt te overlijden.
Het is hierbij mogelijk om één of meerdere begunstigden aan te duiden, te kiezen voor een cascadesysteem of te opteren voor een meer algemene aanwijzing zoals ‘de nalatenschap’. De verschillende types van begunstiging hebben ook een invloed op de verdeling van de uitkering. Je dient dus goed te weten wat de gevolgen van de door jou gekozen begunstiging zijn.
Generiek versus nominatief
Vooreerst kan je een begunstigde aanduiden op een algemene (generieke) manier, door te verwijzen naar personen met een bepaalde hoedanigheid (bijvoorbeeld: ‘de kinderen van de verzekeringsnemer’, ‘de echtgeno(o)t(e) van de verzekeringsnemer’, ‘de broers en zussen van de verzekeringsnemer’, enz.).
Daarnaast kan je een begunstigde aanduiden op een nominatieve wijze, door één of meerdere personen bij naam aan te duiden (bijvoorbeeld: ‘Lowie, Maxim en Celine Verstraeten’).
Je zou ervan kunnen uitgaan dat de uitwerking van beide types dezelfde is. Maar in de praktijk is dat niet altijd het geval:
- Je kan je kinderen aanduiden in hun hoedanigheid “de kinderen”. Indien een begunstigd kind vooroverleden is, zullen het zijn of haar eigen erfgenamen in rechte lijn zijn (de kleinkinderen dus), die recht hebben op het uit te keren kapitaal. Het mechanisme van plaatsvervulling in geval van vooroverlijden speelt dan automatisch. Dit is niet het geval wanneer de kinderen nominatief worden aangeduid.
- Ook wanneer na het afsluiten van de polis een nieuw kind wordt geboren is dit onderscheid van belang. Bij een algemene aanduiding (“de kinderen”) wordt het kapitaal verdeeld over alle kinderen. Bij een nominatieve aanduiding zal het nieuw geboren kind geen begunstigde zijn, aangezien het niet bij naam werd vermeld.
In de praktijk wordt vaak gekozen voor een generieke aanduiding van de kinderen. Het nominatief aanduiden van de kinderen is vooral nuttig indien je geen plaatsvervulling wenst of bepaalde kinderen als begunstigde wenst uit te sluiten.
Een bij naam aangeduide ex-echtgeno(o)t(e) zal na de echtscheiding geen recht meer hebben op het kapitaal van de levensverzekering, zelfs indien je nagelaten hebt de begunstigingsclausule aan te passen. Wanneer er een einde komt aan het huwelijk, vervallen namelijk alle huwelijksvoordelen die echtgenoten ten opzichte van elkaar genieten. De rechtsleer past dit principe ook toe op de begunstiging van de echtgeno(o)t(e) in levensverzekeringen en neemt aan dat de nominatief aangeduide ex-echtgeno(o)t(e) na de echtscheiding zijn of haar rechten verliest, tenzij de polis werd afgesloten vóór het huwelijk. In dat laatste geval zal het kapitaal bij overlijden alsnog aan de ex-partner worden uitgekeerd.
Had je je samenwonende partner bij naam aangeduid in de levensverzekering, dan pas je de begunstigingsclausule na een relatiebreuk best aan. Doe je dit niet, dan kan je ex-partner bij je overlijden nog aanspraak maken op het overlijdenskapitaal.
Wordt de echtgeno(o)t(e) algemeen aangeduid, dan varieert de uitwerking naargelang je al dan niet hertrouwt.
- Je hertrouwt: je nieuwe echtgenoot wordt de begunstigde.
- Je hertrouwt niet: de begunstigde in tweede rang (bv. de kinderen) ontvangt het kapitaal van de levensverzekering. Indien er geen tweede begunstigde is aangeduid, dan wordt het kapitaal uitgekeerd aan de nalatenschap.
Meerdere begunstigden: gelijke verdeling of toch niet?
Indien er meerdere begunstigden worden aangeduid, zal de uitkering in principe aan al deze begunstigden voor een gelijk deel gebeuren. Hierop bestaan echter een aantal uitzonderingen:
Aanduiding van “de echtgeno(o)t(e) en de kinderen” als begunstigden
De verzekeringswet bepaalt dat in dat geval de helft van het kapitaal wordt uitgekeerd aan de kinderen en de andere helft aan de echtgenoot. Het maakt daarbij geen verschil of de aanduiding generiek dan wel nominatief gebeurde. Van deze verdeling kan evenwel worden afgeweken.
Aanduiding van “de nalatenschap” als begunstigde
Wanneer de nalatenschap van de verzekeringsnemer wordt aangeduid als begunstigde, wordt het overlijdenskapitaal van de levensverzekering verdeeld onder de erfgenamen volgens het wettelijk erfrecht. Indien je een testament hebt opgesteld, gebeurt de verdeling van het kapitaal volgens de daarin voorziene regeling.
Een dergelijke aanduiding wordt vaak als laatste optie opgenomen in een cascadesysteem waarbij eerst de echtgeno(o)t(e) wordt aangeduid, vervolgens de kinderen en, bij gebreke daaraan, de nalatenschap. Ook wanneer er geen begunstigde werd aangeduid of deze is overleden, zal de uitkering aan de nalatenschap gebeuren.
Het aanduiden van “de nalatenschap” als begunstigde van het overlijdenskapitaal kan bovendien een interessante planningstechniek zijn. Indien je bijvoorbeeld slechts één begunstigde aanduidt, verkrijgt deze het overlijdenskapitaal volledig in volle eigendom, wat kan leiden tot een hogere erfbelasting. Door daarentegen de nalatenschap aan te duiden, in combinatie met een testament, kan het kapitaal worden verdeeld over meerdere personen, waardoor de erfbelasting vaak lager uitvalt.
Hierbij moet worden opgemerkt dat wanneer een kind de nalatenschap verwerpt, het ook geen aanspraak meer kan maken op het overlijdenskapitaal van een polis waarin “de nalatenschap” als begunstigde werd aangeduid. Dit is anders wanneer het kind nominatief of generiek als begunstigde is aangeduid. In dat geval beschikt het over een eigen, rechtstreekse vordering, los van de nalatenschap, en zal hij of zij (een deel van) het overlijdenskapitaal ontvangen.
Aanduiding van de wettelijke erfgenamen als begunstigden
In polissen die sinds 5 maart 2012 zijn afgesloten moet de begunstigingsclausule “de wettelijke erfgenamen” geïnterpreteerd worden als “de nalatenschap”, waardoor de verdeling van het overlijdenskapitaal gebeurt zoals hierboven uiteengezet.
Voor polissen die vóór 5 maart 2012 werden afgesloten, blijft evenwel de oude regeling gelden. Het kapitaal wordt dan uitgekeerd in gelijke delen aan de personen die volgens de wet de erfgenamen zijn. Er wordt dus geen rekening gehouden met de regels van verdeling volgens het wettelijk erfrecht of met de verdeling voorzien in een eventueel opgemaakt testament.
Wijziging van de begunstigde
Als verzekeringnemer kan je steeds de aangeduide begunstigde wijzigen. De begunstigde is immers geen contractspartij. Je kan dit eenzijdig doen, zonder dat de initiële begunstigde hiervan op de hoogte moet worden gebracht.
Zo kan je in je testament een nieuwe begunstigde aanduiden, maar dit is toch af te raden. De verzekeraar is immers niet op de hoogte van de inhoud van het testament en kan bevrijdend uitbetalen aan de initiële begunstigde die hem bekend is. De nieuwe begunstigde zal in dat geval de uitkering moeten terugvorderen van de persoon die het ontvangen heeft, wat niet altijd eenvoudig is.
Hoewel dit niet verplicht is, verdient het daarom de voorkeur om een wijziging van de begunstiging op te nemen in een polisbijvoegsel. Op die manier is de verzekeraar op de hoogte van de wijziging en kan hij uitbetalen aan de juiste begunstigde.
Expliciete aanvaarding door de begunstigde
De begunstiging kan ook expliciet aanvaard worden door de aangeduide begunstigde. In dat geval kan de verzekeringnemer de begunstiging nadien niet meer wijzigen zonder akkoord van de begunstigde zelf.
De aanvaarding van begunstiging wordt vaak toegepast in het kader van successieplanning. Ouders schenken daarbij een geldsom aan hun kind dat met deze geldsom vervolgens een polis onderschrijft waarin het zichzelf aanduidt als verzekerd hoofd en de ouders als aanvaardende begunstigden. Zolang de ouders leven, kan het kind de verzekeringsrechten niet meer uitoefenen zonder het akkoord van de ouders. Het kind zal dus niet zomaar kunnen overgaan tot bv. afkoop van de polis zonder hun medeweten en toestemming, zodat zij nog een zekere controle behouden.
De aanvaarding dient schriftelijk te worden vastgelegd, bv. in een polisbijvoegsel, en ondertekend door de verzekeringnemer, de verzekeraar en de aanvaardende begunstigde(n).
Conclusie
De aanduiding van de begunstigde in een levensverzekering is een krachtig instrument binnen de vermogens- en successieplanning, maar verdient bijzondere aandacht. Kleine verschillen in formulering, bijvoorbeeld tussen een generieke of nominatieve aanduiding, of tussen een rechtstreekse begunstiging en een aanduiding van de nalatenschap, kunnen leiden tot verschillende juridische en fiscale gevolgen.
Het is daarom aangewezen om de begunstigingsclausules van je levensverzekeringen regelmatig te herbekijken, zeker bij belangrijke wijzigingen in je persoonlijke situatie (zoals een huwelijk, echtscheiding of geboorte van een kind). Enkel zo kan worden verzekerd dat het kapitaal bij een overlijden terechtkomt bij de gewenste personen en op de fiscaal meest efficiënte manier wordt verdeeld.
Inge Veldeman
Expert familiale planning