Gelijke behandeling van de kinderen is vaak de intentie van ouders. In de praktijk draait het fiscaal of burgerrechtelijk soms anders uit. Zo kunnen twee economisch vergelijkbare verrichtingen bij je overlijden tot een andere uitkomst leiden. Dit tonen we hieronder aan door een gesplitste aankoop en een schenking van een gelijkwaardig goed in blote eigendom met elkaar te vergelijken.
Concrete casus
Jan (59 jaar) heeft 2 kinderen, Oscar en Cécile. Hij wil hen later elk een gelijk deel van zijn vermogen nalaten. (Lees hier meer over het gelijk bedelen van kinderen).
Hij bezit diverse eigendommen, waaronder een appartement dat hij als buitenverblijf gebruikt. Omdat de successiekost hoog oploopt, wil Jan tijdig beginnen met vastgoed aan zijn kinderen te schenken (Lees hier over de valkuilen bij schenken van vastgoed). Hij overweegt dan ook zijn buitenverblijf te schenken.
Jan acht de tijd rijp om zijn kinderen in zijn vermogens- en successieplanning te betrekken. Om later een bijkomende verdeeltaks te vermijden, overweegt hij om het appartement niet in onverdeeldheid, maar wel aan één kind te schenken. (Lees hier over 5 te stellen vragen voor u schenkt). Het ander kind zou dan een gelijkaardig ander goed of een geldsom ontvangen. Echter laten beide kinderen aan Jan weten dat ze graag eigenaar worden van een appartement op die locatie, waardoor Jan de schenking nog even uitstelt.
Een mogelijke oplossing biedt zich even later aan. Het aanpalende identieke appartement komt te koop. Jan overweegt dit aan te kopen als opbrengsteigendom. Gezien er nu sprake is van 2 identieke appartementen zou Jan het ene appartement regelen op naam van zijn zoon Oscar en het andere op naam van zijn dochter Cécile.
a/ aan Cécile wil Jan het buitenverblijf schenken in blote eigendom. Het vruchtgebruik behoudt hij zich voor, zodat hij verder van het appartement gebruik kan maken.
- Resultaat na de schenking: Jan bezit het vruchtgebruik. Cécile de blote eigendom.
b/ het aanpalende appartement wil Jan onmiddellijk regelen op naam van Oscar door middel van een gesplitste aankoop. De blote eigendom koopt Oscar aan met gelden die hij van Jan geschonken krijgt. Het vruchtgebruik wordt door Jan gekocht zodat hij levenslang de huurinkomsten kan ontvangen.
- Resultaat na de gesplitste aankoop: Jan bezit het vruchtgebruik. Oscar de blote eigendom.
Wanneer Jan komt te overlijden, dooft zijn vruchtgebruik op beide appartementen uit.
- Resultaat na overlijden van Jan: Cécile en Oscar zijn elk volle eigenaar van een appartement met eenzelfde waarde.
Jan heeft het gevoel dat beide kinderen gelijk behandeld zijn.
Vanuit economisch standpunt lijkt het verschil beperkt, gezien elk kind bij Jans overlijden volle eigenaar zal zijn van een gelijkwaardig appartement met een waarde op vandaag van € 300.000.
Toch zijn er fundamentele verschillen, zowel burgerrechtelijk als fiscaal, waardoor de beoogde gelijkheid juridisch niet werd bekomen.
Verschil in geschonken goed/waarde
Het verschil begint al bij de aard van het geschonken goed.
In de ogen van Jan heeft hij voor elk kind een appartement ter waarde van € 300.000 geregeld.
Juridisch echter werden twee verschillende schenkingen gedaan:
a/ aan Cécile heeft Jan een onroerend goed geschonken. Op datum van de schenking is de waarde van het appartement € 300.000. Het voorwerp van de schenking is de blote eigendom van het appartement.
b/ aan Oscar wordt geen vastgoed geschonken, maar wel geld. Het voorwerp van de schenking is de geldsom die door Oscar nodig is om de blote eigendom aan te kunnen kopen. We gaan uit van een benodigde som bij aankoopakte van: € 168.000 [= € 300.000 x 56% (= 1 – fiscale waarde vruchtgebruik Jan 44%)]. In dit voorbeeld maken we even abstractie van de bijkomende notariskosten + registratierechten.
Verschil in waarderingsregels
Bij het overlijden van Jan zal worden nagegaan of de gelijkheid tussen kinderen werd gerespecteerd. Hiervoor wordt niet alleen gekeken naar alle goederen die Jan nog bij zijn overlijden zal bezitten (‘zijn nalatenschap’), maar ook naar alle goederen die Jan bij zijn leven aan zijn kinderen heeft geschonken. Daartoe worden de gedane schenkingen in waarde ‘ingebracht’ in de rekenboedel. Deze wordt vervolgens in gelijke delen verdeeld, tenzij er uitdrukkelijk anders werd geregeld.
Welke waarde moet worden ingebracht?
Sinds de hervorming van het erfrecht in 2018 wordt voor de inbreng (en reservebescherming) in principe gewerkt met een waardering op het ogenblik van de schenking. Deze wordt vervolgens geïndexeerd tot op datum van het overlijden van de schenker.
Een belangrijke uitzondering hierop is de schenking met ‘uitgesteld meesterschap’. Kan een begiftigde nog niet vrij beschikken over de geschonken goederen, dan wordt geen rekening gehouden met de waarde op datum van de schenking. Wel wordt rekening gehouden met de waarde op datum dat het ‘vrij meesterschap’ wordt bekomen, zijnde de dag dat het vruchtgebruik ophoudt te bestaan of dat er geen vervreemdingsverbod meer is.
Hoe vertalen we dat naar onze casus?
a/ Cécile krijgt een schenking van vastgoed in blote eigendom. Jan houdt zich het vruchtgebruik voor. Er zal rekening gehouden worden met de waarde op datum dat haar ‘uitgesteld meesterschap’ ophoudt te bestaan. Dat is vermoedelijk bij overlijden van Jan, tenzij hij vroeger aan zijn vruchtgebruik verzaakt. De waardeontwikkeling tussen schenking en overlijden van de schenker speelt voor dit appartement dus mee. Dat kan tot verrassende resultaten leiden, zeker indien er wat tijd tussen beide tijdstippen is verstreken. Per hypothese gaan we er in casu van uit dat de in te brengen waarde van het geschonken appartement bij overlijden van Jan gestegen is tot ongeveer € 400.000.
b/Oscar krijgt een geldsom van Jan. Hand- of bankgiften gebeuren in principe steeds in volle eigendom, zodat er onmiddellijk ‘vrij meesterschap’ is. Bijgevolg zal er rekening gehouden worden met de waarde van de geldsom op datum van de schenking. Vervolgens wordt deze waarde op basis van de consumptieprijsindex verhoogd tot op datum van het overlijden van Jan. Gaan we uit van een gemiddelde inflatie van 2,8%, dan wordt er verder rekening gehouden met een in te brengen geïndexeerde waarde van geschonken geldsom van ongeveer € 220.000.
Resultaat:
In casu blijkt er een verschil te zijn van € 180.000 (= € 400.000 – € 220.000) dat Oscar te weinig van Jan heeft ontvangen. Nochtans dacht Jan een gelijke regeling te hebben getroffen.
Komen de kinderen van Jan na zijn overlijden hierover niet overeen, dan kunnen zij zich beroepen op de wettelijke regels van vereffening-verdeling van een nalatenschap. Roept Oscar de inkorting in, dan zal hij (kort door de bocht) € 180.000 vermogen vooraf mogen nemen uit de nalatenschap of zal Cécile hem nog € 90.000 moeten uitbetalen. Dat is niet hoe Jan het zag.
Let wel, de kinderen moeten deze regels niet inroepen. Cécile en Oscar kunnen zich bij overlijden van Jan uiteraard berusten in de door Jan beoogde gelijke verdeling. Ze zullen de facto immers elk eigenaar geworden zijn van een gelijkwaardig appartement.
Fiscaal verschil
Ook fiscaal zijn beide technieken verschillend. (Lees hier meer over de gesplitste aankoop).
Bij de schenking van onroerende goederen zullen er progressieve tarieven schenkbelasting van toepassing zijn. Dit wil zeggen dat de tarieven stijgen van 3% tot 27% afhankelijk van de waarde van het geschonken goed. Deze tarieven zijn onmiddellijk van toepassing op de schenking die Cécile ontvangt.
Bij de schenking van roerende goederen is er sprake van een vlak tarief schenkbelasting van 3%, ongeacht de geschonken waarde. Is er sprake van een hand- of bankgift die men niet ter registratie aanbiedt, dan is er zelfs geen schenkbelasting betaald, mits de schenker nog 5 jaar leeft. Deze regeling geldt op de geschonken gelden aan Oscar.
Is er sprake van aandelen of activa van een familiaal bedrijf en blijven de voorwaarden 3 jaar na de overdracht vervuld, dan bedraagt de schenkbelasting 0%.(Lees hier meer over het gunstregime voor overdrachten van familiale bedrijven).
Gezien de schenker de schenkingskosten doorgaans ten laste neemt, zal het verschil in schenkbelasting in de praktijk geen struikelblok vormen.
Meer mogelijkheden bij notariële schenking, bv. restschenking
Aan schenkingen kunnen modaliteiten gekoppeld worden, zoals bijvoorbeeld een periodieke lijfrente, onderhoudsplicht, beding van terugkeer, uitsluitingsclausule en vervreemdingsverbod.
In een notariële schenkingsakte kan je daarnaast ook een ‘restschenking’ toevoegen. Dat houdt een dubbele schenking in. In eerste instantie schenk je bepaalde goederen aan een eerste begiftigde (= de bezwaarde). In de schenkingsakte kan je echter ook al een tweede begiftigde (= de verwachter) aanduiden. De schenking aan deze tweede begiftigde krijgt pas volledig uitwerking bij het overlijden van de eerste begiftigde. Lees hier over de restschenking.
Remedieer met een erfovereenkomst
Om het verschil recht te trekken, kan overwogen worden om Jan, Cécile en Oscar (de vermoedelijke erfgenamen in de rechte neerdalende lijn) een globale erfovereenkomst te laten afsluiten. Deze overeenkomst stelt het bestaan vast van een evenwicht tussen de kinderen, rekening houdende met de schenkingen uit het verleden, de situatie van elk van de kinderen én met voordelen die juridisch gezien geen schenkingen zijn. Concreet kan de schenking van de blote eigendom van het buitenverblijf alsook de bankgift van de geldsom in een erfovereenkomst gelijkgesteld worden, zodat hierover geen discussie meer kan ontstaan bij het overlijden van Jan. Lees hier over de erfovereenkomst.
Nog beter: anticipeer
Wil je de situatie nadien rechtzetten door middel van een erfovereenkomst dan heb je de samenwerking nodig van alle vermoedelijke erfgenamen. Dat is niet altijd evident gezien er doorgaans minstens één erfgenaam wordt gevraagd om afstand te doen van een voordelige positie.
Het is daarom wenselijker om voorafgaandelijk een duidelijk beeld te hebben over je huidige situatie, alsook over de toekomstige te nemen stappen. Zorg ervoor dat je vermogens- en successieplanning goed geregeld is in plaats van nadien te moeten remediëren.
Conclusie
Een groot gevaar in familiale vermogens- en successieplanning is de ongelijkheid die voortkomt uit het verschil van gebruikte techniek. Wees hier voldoende waakzaam voor. Deze casus heeft dit ongetwijfeld duidelijk gemaakt.
Heb je vragen over je vermogens- en successieplanning, dan helpen de experten van Lemon Consult je graag verder.
Tom Huyghebaert
Expert fiscale & familiale successieplanning